De Man met Migraine

Geroosterde vredesduiven smaken lekker

Frustrerende tijden

“Ik voorspel u dat ‘t allemaal met een anticlimax afloopt”, onderbrak een sombere dertiger opeens ons gesprek.

Ali Benzazza, de allochtone dikzak met wie ik zat te keuvelen op een regenachtig terras, schrok zich een hoedje. Terwijl op straat doorzopen aanhangers van de Christelijke Arbeidersbeweging voorbij waggelden, waren Ali en ik over nieuwe manieren aan het spreken om de Belgische ziekte te bestrijden.

“Ik echt benieuwd zijn naar verkiezingen”, had Ali gezegd. “N-VA is tegen ongrondwettige verkiezingen, maar wat als zij daarna blijken te zijn grootste Vlaamse partij? Waartoe onderhandelingen over staatshervorming dan zullen leiden? Het werkelijk interessante tijden zijn, that’s for sure.”

De sombere dertiger die zich in ons gesprek mengde, was het daar duidelijk niet mee eens. Hij leek geen Vlaamse triomftocht te verwachten na 13 juni. “Het ergste wat kan gebeuren, is dat ze werkelijk een oplossing voor BHV bereiken”, sprak de onbekende met donkere ogen. “Dat zal neerkomen op toegevingen door de Vlamingen die de situatie op zijn best bestendigen, waardoor de splitsing een volstrekt zinledige en symbolische oefening wordt, bijvoorbeeld door inschrijvingsrecht voor Franstaligen.”

“En op zijn ergst Vlaamse toegevingen situatie alleen maar erger maken?”, raadde Ali.

“Correct”, antwoordde de man.

“Maar hoe dan?”, wilde Ali weten.

“Bijvoorbeeld door het permanente karakter van de taalfaciliteiten te erkennen, extra geld aan Brussel te geven en Kraainem bij het Brussels Gewest te voegen”, legde de vreemdeling uit. “Daarna kunnen ze dan toch beginnen te regeren, waaronder verstaan mag worden: stomme maatregelen en pet projects goedkeuren die geld verslinden en niemand helpen.”

“U dat echt denken?”, vroeg Ali bezorgd.

“Inderdaad. Daarom hoop ik dat het immobilisme het liefst nog drie jaar blijft duren”, verklaarde de man. “Da’s dan drie jaar waarin onze verkozenen hun triestige onbekwaamheid niet kunnen veruitwendigen in concrete beleidsmaatregelen. Dan kunnen ze niks stommers uitvoeren dan enkel noodzakelijke economische en sociale maatregelen te treffen.”

“Gelukkig wij nog Vlaamse regering hebben”, besloot Ali hoopvol.

“De Vlaams regering? Ha!”, zei de vreemdeling schamper. “Bij voorkeur wordt ook de Vlaamse regering eens lamgelegd, want ‘t is niet alsof ze daar een haar beter zijn. Die wel-willers-maar-niet-kunners en halve wijzen slagen er nog niet in om een Brabants vissersdorp plat te leggen om een brugje te bouwen over die beek daar – hoe noemt ze? De Schelde!”

“U toch wel erg negatief zijn”, mompelde Ali. “Ik echt geloven dat N-VA dingen zullen veranderen en verbeteren voor ons, Vlamingen.”

“Ach, die N-VA. Ik voorspel dat het u nog zal verbazen hoe snel N-VA de switch zal maken van staatsgevaarlijk en inciviek rancuneus zootje vendelzwaaiers en collaborateurs naar een open, betrokken en constructieve politieke formatie die enthousiast de schouders onder een ambitieus project zet dat zij onderschrijven voor de toekomst van Vlaanderen en in het belang van de mensen. U zult ervan versteld staan hoe die partij het redelijke compromis en het goed bestuur verdedigen zal, want de omstandigheden eisen dat en de mensen willen dat en we zijn toch allemaal Europeanen, nu.”

“Dat hebt u goed gezegd”, complimenteerde ik de sombere dertiger.

“Dank u. Ik zou speechwriter moeten worden”, grimlachte de man, die zich meteen weer tot Ali wendde. “Om dus ten gronde te antwoorden op uw opmerking: neen, ‘t zijn geen interessante tijden, ik betwist dat het interessante tijden zijn. Het worden frustrerende tijden. Vooral als straks op de tv weer 26 uur per dag geleuterd wordt over politiek en de kindjes-journalisten de kleurpotloden mogen scherpen om cirkel- en staafdiagrammen te tekenen. En maar berekenen welke coalities bij welke uitslagen mogelijk zijn en ons tussendoor om de oren en ogen kletsen met de half-verstandige opvattingen van mensen die betaald worden om over alles een gedacht te hebben en u en mij te zeggen hoe we moeten denken, terwijl ze eigenlijk liever en beter drugs zouden gaan gebruiken en hun vrouw bedriegen in Ibiza.”

De onbekende hapte na dat exposé naar adem, terwijl Ali terneergeslagen naar zijn pintje staarde. “Kijk, een neger”, wees ik naar een zwarte vakbondsman. Veel vrolijkheid genereerde die opmerking niet meer, maar je kunt maar proberen, nietwaar?

Gearchiveerd onder:Politiek, , , , , ,

Sociaal patattenveld

Sommigen staan stomverbaasd te kijken naar de demarche van het Algemeen Christelijk Werknemersverbond (ACW). Mensen vragen zich af of vakbondsleider Luc Cortebeeck op zijn pletshoofd gestuikt is.

Op de vooravond van Rerum Novarum doet de christelijke arbeidersbeweging wel vaker lichtzinnige uitspraken, maar nu maakt het volk zich werkelijk zorgen over de toestand van Luc Cortebeeck. Het kan niet anders dan dat die man gelooft dat de Heilige Geest in hem gevaren is (en wel langs het verkeerde gat). Waarom haalt hij het anders in zijn bol om zijn achterban zomaar af te raden op de N-VA van Bart De Wever te stemmen? Het kiesvee begrijpt er niets van.

Ach, maar die stomme verbazing is misplaatst. Natuurlijk zou het stemadvies van de ACV-voorzitter contraproductief kunnen uitdraaien, waardoor de Nieuw-Vlaamse Alliantie net méér stemmen zal binnenhalen. Dat is echter een tacticshe overweging die in tijden van absolute paniek niet eens meer gemaakt wordt. Want geloof mij, zelfs al ben ik maar een fictieve stoethaspel die zijn mond niet kan houden: alle organisaties onder de beschermende koepel van het ACW bevinden zich sinds enige weken in een staat van uiterste wanhoop. Net zoals het héle sociale middenveld in dit onbeschrijfelijk zieke land.

Dan gebeurt het al eens dat er zich eentje in de eigen voet schiet.

De vakbonden mogen dat vaker doen. Dat zie ik graag, overbodige organisaties die zichzelf enkel irrelevanter maken. Moedig hen daarin aan. Steek ze een bazooka in hun pollen zodat ze hun eigen poten in frieten kunnen schieten. Daag ze uit om domme dingen te zeggen. Dat werkt, ik heb het zelf al geprobeerd.

We moeten af van de vakbonden, net zoals we van België af moeten.

De vakbonden maken de werkmens wijs dat zij hem zullen beschermen tegen het nietsontziende grootkapitaal. Het belang van de vakbond is het belang van de kleine man, zo beweert men.

Dat is onzin. Bedrog. Een vakbond heeft maar één drijfveer: zichzelf in stand houden. En omdat de vakbonden – de laatste unitaire organisaties – met al hun vezels doordrongen zijn van de Belgische kanker, proberen ze ook dit zieltogende koninkrijk overeind te houden.

België is de rotte plank waar de vakbonden krampachtig op steunen: ze weten dat de boel zal barsten, maar toch durven ze niet te springen naar stabieler oorden.

Daarom probeert de Gesyndiceerde Kerk van het Travaillisme het werkvolk weer naar de veilige haven van Belgische besluiteloosheid te drijven. Blijf rustig in de Belgische klei ploeteren, dat is de boodschap. Boek geen vooruitgang, zoek niet naar gedurfde oplossingen voor de uitdagingen van morgen. Wees tevreden met het halfslachtige van het verleden. (En durf vooral niet te klagen over misbruik van het stakingsrecht, zeker niet door de spoorbonden!) Neen, steek uw hoofd tussen uw schouders en strompel bedaard naar het plekje dat voor u gereserveerd is op dit sociale patattenveld aan de Noordzee.

De vakbonden denken het te kunnen uitzingen zolang België blijft bestaan. Alsof enkel België relevant is om een sociale zekerheid op te bouwen. Alsof de vakbonden zélf relevant zijn om een sociale zekerheid op poten te zetten.

Neen, hoor: het volk heeft uw paternalisme niet meer nodig.

Gearchiveerd onder:Politiek, , , , , , , , ,

Rubrieken

Verspreid het woord

Als het woord van de Man met Migraine u heeft kunnen bekoren, voel u dan vrij het woord te verspreiden door op 'share' te klikken. Share/Bookmark

Archieven

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.