De Man met Migraine

Geroosterde vredesduiven smaken lekker

Kroezelkopjes

“Ali, geen gezever: als we al die vervelende moslims niet terug naar hun woestijn mogen stampen, laat ze ons dan tenminste inwisselen voor negers.”

Ali Benzazza, een dikke islamiet met transseksuele opvattingen, beet beledigd op zijn snor. Hij nam een forse slok van zijn pint en keek me laatdunkend aan. “Wat bedoel je daar nu mee?”

“Pardon?”

“Sorry, ik willen vragen: wat jij bedoelen daar nu mee?”

“Wel, als we nu eens iedere moslim, Maghrebijn of Arabier zouden inruilen voor een neger, zou dat niet veel beter zijn?”

“Jij mij hier zeggen dat jij liever hebben Belgische straten vol zwarte mannen lopen in plaats van eerbare mohammedanen?”

“Zwarte mannen én vrouwen, Ali. Verder zou ik het niet beter kunnen zeggen. Misschien iets correcter geformuleerd, maar jij bent dan ook maar een klojo van een Algerijn. De fijnbesnaarde wendingen van het Nederlands zijn geen spek voor je bek.”

“Ik Vlaming zijn van Algerijnse afkomst.”

“Je mist het punt dat je een volgeling bent van de Profeet.”

“Ook negers vaak Profeet volgen.”

“Ach, slechts een minderheid. En ze doen maar alsof om niet als werkinstrument verkocht te worden door Arabische slavenhandelaars. De meeste negers zijn brave katholieken, en waar de goede paters hun werk niet hebben gedaan, hangen ze nog een of ander debiel natuurgeloof aan.”

“Jij economisch gezien moslims dan niet beter zouden inruilen voor Filippijnen? Ook exotisch volk, ook katholiek en nog eens hard kunnen werken daarbij. Negers maar onder hun boom liggen te wachten tot blanke man met zweep op hun blote billen slaat.”

“Filippijnen zijn een slecht volk. Met hun loensende spleetogen en hun kleine handjes. Ik moet er niet van weten. Van zo’n Filippijn gaat geen kracht uit. Neen, dat probeert alleen maar zijn wriemelende vingertjes in onze portefeuille te krijgen.”

“Ik als slanke vrouw in dik mannenlijf inderdaad moeten toegeven dat negers erotiserende oerkracht in hun leden hebben. Dat echter geen reden zijn om moslims zomaar in te ruilen.”

“Dat wel een reden zijn”, antwoordde ik.

Ali knipperde met z’n ogen. “Wat zeg je?”

“Ik versta je niet.”

“Wat jij zeggen?”

“Dat dat wel een reden is. Negers proberen ons niet te bekeren. Ik heb nog geen enkele neger horen zeggen dat wij hier in het Westen allemaal ons vel zwart moeten laten kleuren.”

“Moslims ook niet van blanke mannen eisen om huid te bruinen.”

“Neen, maar jouw soort eist wél dat we onze vrouwen in een boerka proppen. Omdat Allah dat zogezegd wil.”

“Jij moslims niet allemaal over dezelfde kam mogen scheren.”

“Tuutuutuut. Alle negers zijn zwart en alle moslims proberen ons de sharia op te leggen. Zo simpel is het.”

“Er natuurlijk een en ander voor sharia te zeggen zijn.”

“Wel, ik prefereer de principes van de rechtsstaat.”

“Rechtsstaat? In België? Jij naïef zijn, makker.”

“Oké, België is als rechtsstaat natuurlijk een farce. Een ziek land dat zichzelf beter onder curatele van de VN zou plaatsen. BHV – olé, olé – zou verdomme rap gesplitst zijn, let op mijn woorden. Maar met of zonder BHV, dat neemt niet weg dat er een hoop moslims klaar staat om onze gekoesterde democratie te vervangen door theocratische onzin.”

“Negers nu ook niet bepaald zijn kampioenen in democratische waarden.”

“Toch is een gestoorde dictator – zelfs als het een neger is – beter in staat om een land te leiden dan een onbestaande godheid.”

“Jij mijn geloof beledigen. Heiligschennis en al. Jij respect moeten hebben voor Allah.”

“Wat ga je doen? Mij bekeren, of zo?”

“Jij toch fictieve oproerkraaier zijn? Jij toch niet bekeerd kunnen worden?”, lispelde Ali sarrend.

“Ah, en denkt gij dan, vermetele moslim, dat mijn geestelijke vader mijn wedervaren nog zou kunnen openbaren als zijn literaire arbeid onderworpen werd aan de wetten van de sharia?”

“Hij dan Koran kunnen hertalen naar Nederlandse verzen. Dat eerbare bezigheid zijn.”

“Eerbare bezigheid, mijn kloten. Als mijn geestelijke vader over Allah schrijft, wil hij dat doen binnen een fictief kader. Enkel dan.”

“Allah niet fictief zijn.”

“Allah is zo fictief als de dikke, dikke tieten die jij je voor jezelf inbeeldt, mislukte transseksueel. Je zou beter iets doen aan die vurte lookadem van je in plaats van te sparen voor een geslachtsoperatie.”

“Alsof negers stinken niet.”

“Natuurlijk stinken negers. Wat wil je, die mannen komen recht uit de jungle. Maar ze zijn blij als ze hier in het Westen een ton parfum kunnen kopen. Toon een bosneger een kraan met stromend water, en hij zingt spontaan een vrolijk lied. They’ve got the swing. Die gasten beginnen zowaar te dansen als de regengod zijn druppels over hun kroezelkop kiepert.”

“Dan zij in België veel zullen kunnen dansen.”

“Als ons dierbare klimaat je niet aanstaat, keer dan terug naar je uitgedroogde woestijn.”

Ali werd bleek. “Ik daar niet van terughebben”, slikte hij.

“Drink nog een pint”, suste ik. “Het Vlaamse volk heeft reeds lang ontdekt dat dat ideaal is om een kaakslag te verwerken.”

Gearchiveerd onder:Geloof, , , ,

Frustrerende tijden

“Ik voorspel u dat ‘t allemaal met een anticlimax afloopt”, onderbrak een sombere dertiger opeens ons gesprek.

Ali Benzazza, de allochtone dikzak met wie ik zat te keuvelen op een regenachtig terras, schrok zich een hoedje. Terwijl op straat doorzopen aanhangers van de Christelijke Arbeidersbeweging voorbij waggelden, waren Ali en ik over nieuwe manieren aan het spreken om de Belgische ziekte te bestrijden.

“Ik echt benieuwd zijn naar verkiezingen”, had Ali gezegd. “N-VA is tegen ongrondwettige verkiezingen, maar wat als zij daarna blijken te zijn grootste Vlaamse partij? Waartoe onderhandelingen over staatshervorming dan zullen leiden? Het werkelijk interessante tijden zijn, that’s for sure.”

De sombere dertiger die zich in ons gesprek mengde, was het daar duidelijk niet mee eens. Hij leek geen Vlaamse triomftocht te verwachten na 13 juni. “Het ergste wat kan gebeuren, is dat ze werkelijk een oplossing voor BHV bereiken”, sprak de onbekende met donkere ogen. “Dat zal neerkomen op toegevingen door de Vlamingen die de situatie op zijn best bestendigen, waardoor de splitsing een volstrekt zinledige en symbolische oefening wordt, bijvoorbeeld door inschrijvingsrecht voor Franstaligen.”

“En op zijn ergst Vlaamse toegevingen situatie alleen maar erger maken?”, raadde Ali.

“Correct”, antwoordde de man.

“Maar hoe dan?”, wilde Ali weten.

“Bijvoorbeeld door het permanente karakter van de taalfaciliteiten te erkennen, extra geld aan Brussel te geven en Kraainem bij het Brussels Gewest te voegen”, legde de vreemdeling uit. “Daarna kunnen ze dan toch beginnen te regeren, waaronder verstaan mag worden: stomme maatregelen en pet projects goedkeuren die geld verslinden en niemand helpen.”

“U dat echt denken?”, vroeg Ali bezorgd.

“Inderdaad. Daarom hoop ik dat het immobilisme het liefst nog drie jaar blijft duren”, verklaarde de man. “Da’s dan drie jaar waarin onze verkozenen hun triestige onbekwaamheid niet kunnen veruitwendigen in concrete beleidsmaatregelen. Dan kunnen ze niks stommers uitvoeren dan enkel noodzakelijke economische en sociale maatregelen te treffen.”

“Gelukkig wij nog Vlaamse regering hebben”, besloot Ali hoopvol.

“De Vlaams regering? Ha!”, zei de vreemdeling schamper. “Bij voorkeur wordt ook de Vlaamse regering eens lamgelegd, want ‘t is niet alsof ze daar een haar beter zijn. Die wel-willers-maar-niet-kunners en halve wijzen slagen er nog niet in om een Brabants vissersdorp plat te leggen om een brugje te bouwen over die beek daar – hoe noemt ze? De Schelde!”

“U toch wel erg negatief zijn”, mompelde Ali. “Ik echt geloven dat N-VA dingen zullen veranderen en verbeteren voor ons, Vlamingen.”

“Ach, die N-VA. Ik voorspel dat het u nog zal verbazen hoe snel N-VA de switch zal maken van staatsgevaarlijk en inciviek rancuneus zootje vendelzwaaiers en collaborateurs naar een open, betrokken en constructieve politieke formatie die enthousiast de schouders onder een ambitieus project zet dat zij onderschrijven voor de toekomst van Vlaanderen en in het belang van de mensen. U zult ervan versteld staan hoe die partij het redelijke compromis en het goed bestuur verdedigen zal, want de omstandigheden eisen dat en de mensen willen dat en we zijn toch allemaal Europeanen, nu.”

“Dat hebt u goed gezegd”, complimenteerde ik de sombere dertiger.

“Dank u. Ik zou speechwriter moeten worden”, grimlachte de man, die zich meteen weer tot Ali wendde. “Om dus ten gronde te antwoorden op uw opmerking: neen, ‘t zijn geen interessante tijden, ik betwist dat het interessante tijden zijn. Het worden frustrerende tijden. Vooral als straks op de tv weer 26 uur per dag geleuterd wordt over politiek en de kindjes-journalisten de kleurpotloden mogen scherpen om cirkel- en staafdiagrammen te tekenen. En maar berekenen welke coalities bij welke uitslagen mogelijk zijn en ons tussendoor om de oren en ogen kletsen met de half-verstandige opvattingen van mensen die betaald worden om over alles een gedacht te hebben en u en mij te zeggen hoe we moeten denken, terwijl ze eigenlijk liever en beter drugs zouden gaan gebruiken en hun vrouw bedriegen in Ibiza.”

De onbekende hapte na dat exposé naar adem, terwijl Ali terneergeslagen naar zijn pintje staarde. “Kijk, een neger”, wees ik naar een zwarte vakbondsman. Veel vrolijkheid genereerde die opmerking niet meer, maar je kunt maar proberen, nietwaar?

Gearchiveerd onder:Politiek, , , , , ,

Sociaal patattenveld

Sommigen staan stomverbaasd te kijken naar de demarche van het Algemeen Christelijk Werknemersverbond (ACW). Mensen vragen zich af of vakbondsleider Luc Cortebeeck op zijn pletshoofd gestuikt is.

Op de vooravond van Rerum Novarum doet de christelijke arbeidersbeweging wel vaker lichtzinnige uitspraken, maar nu maakt het volk zich werkelijk zorgen over de toestand van Luc Cortebeeck. Het kan niet anders dan dat die man gelooft dat de Heilige Geest in hem gevaren is (en wel langs het verkeerde gat). Waarom haalt hij het anders in zijn bol om zijn achterban zomaar af te raden op de N-VA van Bart De Wever te stemmen? Het kiesvee begrijpt er niets van.

Ach, maar die stomme verbazing is misplaatst. Natuurlijk zou het stemadvies van de ACV-voorzitter contraproductief kunnen uitdraaien, waardoor de Nieuw-Vlaamse Alliantie net méér stemmen zal binnenhalen. Dat is echter een tacticshe overweging die in tijden van absolute paniek niet eens meer gemaakt wordt. Want geloof mij, zelfs al ben ik maar een fictieve stoethaspel die zijn mond niet kan houden: alle organisaties onder de beschermende koepel van het ACW bevinden zich sinds enige weken in een staat van uiterste wanhoop. Net zoals het héle sociale middenveld in dit onbeschrijfelijk zieke land.

Dan gebeurt het al eens dat er zich eentje in de eigen voet schiet.

De vakbonden mogen dat vaker doen. Dat zie ik graag, overbodige organisaties die zichzelf enkel irrelevanter maken. Moedig hen daarin aan. Steek ze een bazooka in hun pollen zodat ze hun eigen poten in frieten kunnen schieten. Daag ze uit om domme dingen te zeggen. Dat werkt, ik heb het zelf al geprobeerd.

We moeten af van de vakbonden, net zoals we van België af moeten.

De vakbonden maken de werkmens wijs dat zij hem zullen beschermen tegen het nietsontziende grootkapitaal. Het belang van de vakbond is het belang van de kleine man, zo beweert men.

Dat is onzin. Bedrog. Een vakbond heeft maar één drijfveer: zichzelf in stand houden. En omdat de vakbonden – de laatste unitaire organisaties – met al hun vezels doordrongen zijn van de Belgische kanker, proberen ze ook dit zieltogende koninkrijk overeind te houden.

België is de rotte plank waar de vakbonden krampachtig op steunen: ze weten dat de boel zal barsten, maar toch durven ze niet te springen naar stabieler oorden.

Daarom probeert de Gesyndiceerde Kerk van het Travaillisme het werkvolk weer naar de veilige haven van Belgische besluiteloosheid te drijven. Blijf rustig in de Belgische klei ploeteren, dat is de boodschap. Boek geen vooruitgang, zoek niet naar gedurfde oplossingen voor de uitdagingen van morgen. Wees tevreden met het halfslachtige van het verleden. (En durf vooral niet te klagen over misbruik van het stakingsrecht, zeker niet door de spoorbonden!) Neen, steek uw hoofd tussen uw schouders en strompel bedaard naar het plekje dat voor u gereserveerd is op dit sociale patattenveld aan de Noordzee.

De vakbonden denken het te kunnen uitzingen zolang België blijft bestaan. Alsof enkel België relevant is om een sociale zekerheid op te bouwen. Alsof de vakbonden zélf relevant zijn om een sociale zekerheid op poten te zetten.

Neen, hoor: het volk heeft uw paternalisme niet meer nodig.

Gearchiveerd onder:Politiek, , , , , , , , ,

Verslaafd

De een of andere seniele aap had ooit eens een helder moment. Daar maakte hij gebruik van om de volgende oneliner te formuleren: “Democratie is een georganiseerd meningsverschil.” Iedereen schijnt daar zomaar mee akkoord te gaan, zonder zich af te vragen wat de perfide consequenties zijn van die uitspraak.

Want wat zien we in België? Dat het meningsverschil hier zodanig goed georganiseerd is dat het zichzelf voor eeuwig en altijd in stand zal houden. Het hele land – en het is een ziek land, een rotte tand in het vergeelde gebit van Europa – steekt zo in elkaar dat er in principe nooit een akkoord bereikt kan worden.

Hoe komt het dan dat de Belgen er toch in slagen om akkoorden te sluiten? Is het dankzij het wereldwijd vermaarde Belgische compromis? Baneengij. Kijk maar eens naar die zogenaamde akkoorden. Dat zíjn geen akkoorden. Het zijn monstrueuze creaties die de kanker van verdere conflicten al van meet af aan in zich dragen. Ja, de taalgrens werd begin jaren zestig definitief vastgelegd, en ja, tegelijk werd ervoor gezorgd dat we er tot op vandaag over kunnen ruziën. Want waarvoor dienen de ‘uitdovende’ taalfaciliteiten in de Vlaamse Rand rond Brussel anders? Wie dat een structurele oplossing durft te noemen, mogen ze vastbinden aan het landingsgestel van een neerstortende Boeing 747.

De taalfaciliteiten zijn een structureel probleem dat bewust gecreëerd werd om jaren later een hoge prijs te kunnen vragen voor de afschaffing ervan.

Vergeet dus de onzin dat dit land een consensusdemocratie is. In dit land wordt niet gestreefd naar consensus, naar overeenkomsten. De politici van dit staatkundige onding aan de Noordzee hebben er alle belang bij om velerlei meningsverschillen levend en wel te houden, want het is slechts dankzij die meningsverschillen dat ze denken stemmen te kunnen rapen. Zonder meningsverschil hebben ze niets om krasse uitspraken over te lanceren. En zonder krasse uitspraken komen ze niet in de media. En zonder exposure in de media halen ze geen stemmen.

Voed het meningsverschil met een paar forse oneliners, en tel uit je electorale winst: dát is de manier waarop men deze drieledige natie probeert te besturen.

Dat er ondertussen nooit één partij de allergrootste zal zijn, en dat er altijd met minstens vier politieke partijen geregeerd wordt, is enkel bedoeld om dat zo gekoesterde meningsverschil niet in gevaar te brengen. Want stel je voor dat er opeens een partij is die een absolute meerderheid haalt in het parlement en een hoop problemen oplost. Stel je voor dat België na meer dan honderd jaar aanmodderen weer eens bestúúrd wordt. De schrik slaat de Belgische politici om het schrale hart: waarover zouden ze dan nog moeten ruziën? Hoe zouden ze zich dan nog moeten profileren?

Dit land heeft zijn voorbestaan op de meest walgelijke wijze geregeld. Het heeft het meningsverschil niet alleen georganiseerd, het heeft het gecreëerd. Bewust. Doelmatig. Onze gewaardeerde volksvertegenwoordigers zijn eraan verslaafd. Ze verdoen er hun tijd mee zonder dat ze ooit een echte oplossing uit hun mouw moeten schudden.

Maar ik heb wel een oplossing.

Laat alle partijen met een hart dat Vlaams klopt samenklitten in één kartel. Vorm één superpartij en trek daarmee naar de kiezer. Het momentum is er. Hier en daar zal een extreem Belgicistisch minipartijtje een schamele zetel halen, maar als de Vlaamse partijen eendrachtig ten strijde trekken, halen zij mogelijks een absolute meerderheid in de Kamer.

En dan zijn er dingen mogelijk.

Ja, er zullen vanwege de taalpariteit in die Vlaams-federale regering enkele Franstalige pipo’s nodig zijn, maar geef ze een zak geld, een weinig belangrijk departement, en je bent vertrokken. Punt één op de agenda: alle communautaire meningsverschillen op de meest radicale wijze oplossen. Dat het eindelijk eens gedaan is met die zever.

Democratie mag dan een georganiseerd meningsverschil zijn, als blijkt dat het meningsverschil beter georganiseerd is dan de democratie, is de burger in zijn gat gepakt. Kan dat de Belgische politici schelen? Neen, zij blijven hun meningsverschil verder organiseren. Dat vinden ze leuk. Zo hebben ze iets om goedbetaald de tijd mee te verdrijven.

Maar bij nader inzien heeft de eerder vermelde seniele aap nog nooit een helder moment gehad.

Gearchiveerd onder:Politiek, , , ,

Schop onder hun hol

Twaalf Nederlandstalige rechters hebben getoond dat ze kloten aan hun lijf hebben. Ze hebben duidelijk gezegd dat de provinciale kieskringen de pot op kunnen. ‘Zo kunnen wij geen verkiezingen organiseren.’

Het wordt de politieke partijen een beetje koud om het ziekelijke hart. Als de provinciale kieskringen baan ruimen voor de aloude arrondissementele kieskringen, zijn ze droog in de kakker gepakt. Zoiets kunnen de partijen niet bolwerken tegen 13 juni. Dat gaat hun organisatorische petje te boven. Verdorie toch, zijn ze nu net provinciaal gestructureerd, en dan verandert opeens het systeem. Vind maar eens voldoende lijsttrekkers! En militanten! Neen, neen, voor de partijen gaat dat niet, dus laat die provinciale kieskringen maar rustig overeind, hoe strijdig met de grondwet ze ook zijn.

Minister van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom (Open Vld) gaat alvast plat op haar buik – of is het haar rug? – voor de partijpolitieke logica. In De Morgen bestaat het vrouwmens het om die logica te vermommen als een zaak van algemeen belang: “We moeten een groot respect hebben voor de kiezer, hij moet op een ordentelijke manier zijn stem kunnen uitbrengen.”

Zou je die kwezel nu niet onmiddellijk naar de bodem van de oceaan stemmen?

Wie heeft er beslist dat provinciale kieskringen de partijen beter zouden uitkomen? Wie heeft er zo voor gezorgd dat de sowieso al omstreden kieskring-BHV helemáál ongrondwettig werd? Wie laat nu al drie jaar aan een stuk na om het land een beetje deftig te regeren? Wie is er nu feitelijk aansprakelijk voor deze rampzalige aanloop naar verkiezingen waar véél mensen niet eens meer aan willen deelnemen?

Verbeter mij als ik fout zit, maar ik denk níét dat het die twaalf rechters zijn die de huidige malaise op hun geweten hebben.

Maar o wee als ze bij hun punt blijven. Hun opmerking mag zo terecht zijn als iets, als ze niet buigen voor de partijpolitiek, krijgen ze een schop onder hun hol. Rechters die zich niet willen neerleggen bij de provinciale kieskringen, “zullen we vervangen”. Dat zegt Turtelboom zonder blikken of blozen. “We moeten ervoor zorgen dat we daar wel mee kunnen werken.”

Ik val van mijn stoel. (Zelfs voor een fictieve publicist is dat een pijnlijke ervaring.) De zelfbediening van de politieke partijen heeft andermaal een triest hoogtepunt bereikt. Al meer dan genoeg mensen hebben de afgelopen dagen laten weten dat ze het kontengedraai van de partijen zo beu zijn als kouwe pap. Turtelboom doet er echter nog eens een flinke schep bovenop.

Elk volk heeft de leiders dat het verdient. Maar ik kan moeilijk geloven dat het Vlaamse volk deze schaamteloze smeerlapperij verdiend heeft.

Gearchiveerd onder:Politiek, , , ,

Rubrieken

Verspreid het woord

Als het woord van de Man met Migraine u heeft kunnen bekoren, voel u dan vrij het woord te verspreiden door op 'share' te klikken. Share/Bookmark
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.